Plas- en drinkbehoeftes bij kinderen


Drinken

De hoeveelheid water die je nodig hebt is afhankelijk van de leeftijd, levensomstandigheden, de
temperatuur en de vochtigheidsgraad. In normale omstandigheden hebben we dagelijks 2.5 liter vocht nodig. Deze hoeveelheid consumeren we zowel uit vaste voedingsmiddelen als uit wat we drinken.

Vlaamse kleuters drinken dagelijks maar 644 ml, waarvan 216 ml water. Slechts 1 tot 5% van de kinderen drinkt voldoende. Ongeveer 1 op 2 kleuters drinkt meer dan 200 ml suikerrijke drank (inclusief fruitsap) per dag.

In normale omstandigheden zou een kleuter 1 liter per dag moeten drinken, dus ongeveer 7 glazen (van 150 ml) waarvan 4 glazen water en 3 glazen melk. Vanaf 6 jaar zouden kinderen dagelijks minstens 1.5 liter of 8 glazen (van 200 ml) moeten drinken, waarvan 5 glazen water en 3 glazen melk.

Leerlingen wachten beter niet om te drinken tot ze dorst hebben, maar ze moeten geregeld drinken. Als ze dorst hebben, drinken ze het best snel en nog een aantal slokken meer nadat de dorst gestild is. Het inlassen van dagelijks 5 drinkmomenten op school is een ideale stimulans. Geef zelf het goede voorbeeld.

Bij warm weer en bij sport en spel kan ons lichaam opmerkelijk veel vocht verliezen door het zweten en ademhalen. Als we het vocht niet snel vervangen, is er sprake van uitdroging. Zelfs de minste dehydratie heeft effect op onze prestaties. Oefeningen worden moeilijker, je vertraagt … Wetenschappers adviseren dan ook te drinken vóór, tijdens en na het sporten. Kinderen houden best een drinkflesje bij de hand. Ze moeten zeker voldoende drinken na sport en spel, want anders zal hun concentratie er ernstig onder lijden.


Plassen

Urinaire ontwikkeling bij kinderen

Een kind wordt bij ons normaal gezien tussen de 24 en 36 maanden overdag zindelijk. Op dat moment is de blaas voldoende ontwikkeld en kan het kind er controle over houden. 6 tot 12 maanden later zal een kind meestal ook ’s nachts zindelijk zijn. Als de blaas volledig uitgerijpt is, is een kind volledig zindelijk. Over het algemeen worden meisjes eerder zindelijk dan jongens. Vanaf de leeftijd van 7 jaar is het abnormaal dat een kind nog niet zindelijk is. De fase van het zindelijkheidsproces is meestal dé periode waarin het toilet het meest wordt besproken. Nochtans is de blaas pas volledig ontwikkeld als het kind 12 jaar is. Dat wil dus zeggen dat we aandacht moeten besteden aan de toiletattitude van een leerling tot de leeftijd van 12 jaar.


Plashouding

De sluitspier willekeurig kunnen aanspannen, is belangrijk om de plas op te houden en droog te blijven. Het is de noodrem die we kunnen gebruiken in afwachting van een toilet. Maar we mogen de sluitspier niet te veel activeren. De ‘supersluitspier’ laat dan niet meer goed los bij het plassen. Vaak hebben meisjes een te sterk geoefende sluitspier, waardoor ze niet meer in staat zijn ze willekeurig los te laten. Dit kan aanleiding geven tot urineweginfecties. Geef kinderen daarom altijd de boodschap: ga naar het toilet, als je moet. Je plas ophouden is ongezond.

Een kind moet minstens 5 à 6 maal per dag naar het toilet gaan. Een normale blaas heeft een vulvolume van 200 ml. Als een kind voldoende drinkt (1,5 liter) moet het zeker 5 keer zijn blaas legen. Kinderen met een te kleine blaas moeten gemiddeld 10 keer op een dag naar het toilet, omdat hun blaas maar 100 ml kan bevatten.

In een normale plasbuis zitten bacteriën. Een te vroege onderbreking van de urinestroom geeft aanleiding tot resturine (residu). Deze resturine is verantwoordelijk voor het ontstaan van infecties. Als we naar het toilet gaan, moeten we daarom onze blaas volledig legen.

Plassen is vooral een kwestie van ontspannen. Zittend plassen en de voeten goed laten steunen vormen hiervoor het recept, ook voor jongens!  Staand plassen geeft namelijk aanleiding tot ‘drukken’. De urine naar buiten persen is niet bevorderlijk om de blaas optimaal te legen. Integendeel, een beetje te veel druk op de ketel en de hele boel zit toe. Wie staand plast, verspreidt ook microdruppels urine van zijn buik tot zijn knieën, wat niet echt hygiënisch is.