Onderzoek & feiten


Drinken

Inge Huybrechts onderzocht voor haar doctoraat de eetgewoonten van zowat 700 kleuters. Zo ontdekte ze dat die kinderen niet alleen ongezond eten, maar ook nog eens veel te weinig drinken.

Kleuters hebben per dag zo'n 1,5liter water nodig, maar nog geen vijf procent van de kleintjes drinkt zoveel. 'Ze krijgen in de praktijk zo weinig vocht binnen dat ze veel risico lopen op constipatie, concentratieproblemen en vermoeidheid. En als ze drinken, dan krijgen ze vaak de verkeerde dranken. Ze drinken vooral fruitsap en gesuikerde melkdrankjes, zoals chocolademelk en fristi. Die zorgen voor een suikerbom in hun kleine lichaam, want het zijn suikers die ze niet nodig hebben. Ze krijgen genoeg suikers binnen via brood, aardappelen en rijst.'



Plassen

Prof. Johan Vandewalle: «Kinderen die hun plas moeten ophouden krijgen vroeg of laat blaasproblemen. Op vele scholen moeten kinderen op 'bevel' plassen: tijdens de speeltijd. Het is verkeerd om een kind die natuurlijke impuls te verbieden. In het basisonderwijs heeft 1 op 10 kinderen een te kleine blaas. Daardoor halen ze de speeltijd niet. Het zou een regel moeten zijn dat elk kind het recht heeft om te gaan plassen als het daartoe de behoefte voelt. Als een kind al durft zijn vinger opsteken om te mogen gaan, zit het al minstens 30 minuten te springen. Leerkrachten die merken dat een kind opvallend vaak moet plassen, kunnen best via de schoolagenda de ouders verwittigen. Het kind kan een plasprobleem hebben. Een bezoek aan de dokter is dan nodig. Er zijn per klas gemiddeld twee kinderen die bedwateren. Bij hyperkinetische kinderen hebben 6 op 10 kinderen plasproblemen.»